Intersectioneel? KMBA

Heel goed al die steunbetuigingen die ik zo her en der en te pas en te onpas op (sociale) media tegenkom voor de twee Arnhemse heren die- volgens de media vanwege hun geaardheid- zijn aangevallen en verwond.
Al wat ik ervan kan zeggen is dat elke keer wanneer ik iemand vertel dat ik vanwege mijn kleur “aangevallen” ben dat door de meeste van mijn toehoorders in twijfel wordt getrokken en ik al gauw 2.5 uur kwijt ben om het- lang niet altijd succesvol- te onderbouwen en uit te leggen. Het zal sommige van jullie bekend voorkomen. Maar deze heren worden gelijk geloofd zonder dat ook maar duidelijk is geworden of dat wel daadwerkelijk de reden was.
Was het geen ordinaire poging tot beroving? Hebben ze het niet op enige wijze zelf geprovoceerd? Die vragen ontbreken in alle uitingen die ik hierover lees.
Dat brengt mij naar mijn volgende punt. Ik lees namelijk steunbetuigingen in de trant van dat niemand het recht heeft om een ander geweld aan te doen en dat het feit dat mensen hand in hand lopen geen reden is om mensen aan te vallen of je vuist met grote snelheid naar hun gezicht te bewegen. Dat is waar. Als je dat standpunt op facebook hebt gegooid heb je mijns inziens volkomen gelijk.
Maar laat ik je dan dit vragen.

1. Is er een goede reden om als ouder je kind zonder dat daar een medische noodzaak voor is te laten besnijden?
2. Zou jij het legitiem vinden als iemand voor jou bepaalt dat een deel van jouw gezonde huid/weefsel wordt weggesneden?
3. Indien je bovenstaande vragen met “nee” beantwoord dan luidt mijn volgende vraag:
 
“Waarom zeg je er niks van dat dit per dag honderden weerloze kinderen die er op geen enkele manier om gevraagd hebben in Nederland overkomt?”
Ik ga binnenkort ook mijn vriendenlijst opschonen en mensen die hun kind zonder medische indicatie, ongeacht het geslacht, hebben laten besnijden of zich hier nooit tegen uitspreken zoveel mogelijk uit mijn bestaan weren.
“Van kinderen blijf je af!!”,  een van mijn facebookvriendinnen proclameerde een van mijn facebookvriendinnen zeer recentelijk nog fel zonder zich ook maar 1 keer tegen niet medisch geïndiceerde genitale mutilatie van kinderen, kinderen die zij dagelijks tegenkomt, bij haar om de hoek wonen,  te hebben uitgesproken. Onbegrijpelijk gewoon.
Ik kondig ook aan dat deze mensen van mij geen enkele empathie, steun of solidariteit hoeven te verwachten als hun grondrechten met voeten worden getreden omdat ze dan precies krijgen wat hen karmisch toekomt. Immers, je weet dat het niet ok is maar doet niets wat in je vermogen is om het een halt toe te roepen. Op zijn Rotterdams gezegd: genoeg geluld. Ik heb uit den treure op het misdadige karakter van dit gebruik gewezen en gezien het opleidingsnivo van sommige van mijn “vrienden” zou het kwartje nu wel zo’n beetje gevallen moeten zijn. Kort gezegd; mijn geduld is op en mijn empathie voor deze mensen is onder de hitte van hun onverschilligheid verdampt.
Als je je uit kan spreken tegen geweld tegen en schending van de grondrechten van 2 volwassenen die dat geweld mogelijk redelijkerwijs hadden kunnen voorkomen door even te wachten tot ze thuis zijn dan is er in mijn optiek geen
enkel argument te verzinnen om te zwijgen over het geweld tegen jonge mensen die zonder hun toestemming lichamelijk worden beschadigd.
Maikel
Advertenties

Dread-ful

Ik doe even een persoonlijke ontboezeming.

Toen ik jong was wilde ik mijn haar zoals Seal het toen had (niet nu want nu is mijn hoofd van nature zoals het bij Seal is).
Maar dat ging mij natuurlijk niet snel genoeg. Dus liet ik dreads invlechten. Ook omdat ik had gehoord dat mijn haar dan sneller zou groeien zodat het op de kortst mogelijk termijn toch zoals Seal zou worden. Maar niet lang daarna kwamen de strengen 1 voor 1 los. Vooral als ik onder de douche had gestaan. Ik had gehoord dat je als je dread wilde, je haar niet mocht wassen. Dus deed ik dat niet meer. En dat had gevolgen. Gore, onsmakelijke gevolgen waarvan ik je de details zal besparen. Adamski-nog-aan-toe! Dus wastte ik het maar weer zodat uiteindelijk alle kunstdreads uitvielen. Toen hoorde ik dat ik, voor het gewenste effect, mijn inmiddels wel gegroeide natuurlijke haar moest vlechten. Ik maakte via mijn moeder een afspraak met een vrouw in Lombardijen die dat kon. Het zag eruit als een mix tussen Buckwheat an Kris Kros. Het deed een beetje pijn. Slapen deed ook pijn. Ik was best blij dat ook deze vlechten na verloop van tijd, wederom als ik onder de douche had gestaan, ook los gingen.
Yada, yada, yada. Nu hoef ik me daar geen zorgen meer om te maken en wil ik niet meer een kapsel zoals van Seal maar heel graag een bankrekening zoals van Seal.

Moet niet kunnen.

Soms vallen dingen op zo een manier samen dat je niet weet waar je moet beginnen. Dat dingen zo van toevalligheden aan elkaar hangen dat het bijna geen toeval meer lijkt. Maar ook verbijstering maakt dat je soms niet weet hoe je een blog in moet steken. Zoals ik met dit stuk dat ik schrijf vanuit een flinke portie boosheid en bezorgdheid.

Het toeval wil dat pesten, discriminatie en intimidatie op de werkvloer actueel is omdat het sinds anderhalve week of wat aandacht krijgt van het Ministerie van SoZaWe in de vorm van de campagne “Moet toch kunnen”.  En het toeval wil dat mijn Duitse vriend, ik noem hem voor zijn eigen bescherming maar even Dieter, mij op dezelfde dag als de campagne van Asscher startte via skype liet weten dat hij plotseling door zijn manager van een welverdiende, korte vakantie die hij eerst bij zijn vader is Thüringen en later vlak over de Pools-Duitse grens had doorgebracht, was teruggeroepen. Zijn manager zei aan de telefoon dat er een gesprek zou volgen met haar en de directeur van de overheidsorganisatie waar hij mij maanden geleden enthousiast en met een zweempje  trots die in zijn blauwe ogen was af te lezen  via skype over vertelde dat hij er aan de slag mocht. Ik was blij voor hem. Dieter is een man die zijn sporen in het Berlijnse welzijnswerk heeft verdiend door met diverse doelgroepen te werken en zich enorm gelauwerd en erkend voelde met de aanstelling in kwestie die hem meer armslag zou geven de belangen van de doelgroepen waar hij de meeste affniniteit mee heeft, te behartigen. We spraken ook af dat een van ons tweeën gauw weer eens de grens moest oversteken om “in het echt” en onder het genot van een pull (en na 1 pull bitter lemon voor mij) bij te praten. Maar dat kwam nog wel.

In de tussenliggende periode heb ik hem niets horen vertellen over enige problemen of ontevredenheid van zowel zijn als de kant van zijn superieuren. En dat terwijl we elkaar vrij regelmatig spreken.
Enigszins verontrust keerde hij terug en had na dat weekend het 3-gesprek met zijn manager en de directeur. Hij vertelde dat het gesprek begon met de opmerking dat er “wellicht een andere plek voor hem is” en hij hoorde aan dat de in de sinds zijn indiensttreding verstreken maanden door hem opgevolgde werkinstructies en feedback foutief waren. Op alle door hem geproduceerde arbeid die de eerste maanden nog ok was, was nu opeens iets aan te merken. Hij vertelde mij ook dat er in het gesprek tegen hem geschreeuwd werd en dat van hem verlangd werd dat hij ermee akkoord ging dat hij alles wat hij tijdens zijn werkuren doet ter controle  bespreekt en overlegt. Hij vertelde me ook dat de proeftijd in Duitsland 6 maanden duurt en dat de zijne per 1 juli 2016 verstrijkt.

Soms chatten we. Soms bellen we. De laatste tijd vind ons contact steeds vaker mondeling plaats.
En hoe vaker ik hem spreek – nu vaker dan 1 keer per dag- hoe meer ik hem gewoon zíe en hóór breken. Ik hoor het aan zijn stem.  Ik kreeg zojuist een bericht van hem via Whatsapp: Maikel, it’s crazy. Whatever I do there… they just take it, complain about it. Say it’s not correct. Suddenly NOTHING I do is ok. Like all my work is s***!! Even when I make a letter or some other scripture based on valid official sources, just because I wrote it, they say there is something wrong with it. I am very stressed. I don’t know what to do. I need to be somewhere else”. Zijn stem beefde. Een mix van frustratie, angst, boosheid en radeloosheid.  Ik was heel even bang dat hij in huilen uit zou barsten omdat ik dan niet zou weten wat te doen. Omdat ik me dan nog machtelozer zou voelen dan nu het geval is. En bezorgder. Als dat kan tenminste.

Wat Dieter meemaakt is precies waar de campagne van minister Asscher over gaat. Of misschien beter: over zou moeten gaan. Deze man wordt gepest op de werkvloer. Weggepest.En er is geen enkele instantie of orgaan waar hij naartoe kan om zijn beklag te doen zonder dat dit hem nog meer stress oplevert. Hij zit vast.
Zijn manager intimideerde hem al door hem van vakantie weg te roepen en door tegen hem te schreeuwen. Omdat zij weet dat zij ermee wegkomt. Dat hij haar geen strobreed in de weg kan leggen. Als ze wil kan ze voor een dag de regels veranderen en hem weer eerlijk gaan behandelen om het pestgedrag vervolgens te hervatten. Voor de lol. Zij en de directeur hebben vrij spel omdat de bewijslast, als hij stappen onderneemt, bij hem ligt. En hoe bewijs je verbaal geïntimideerd te zijn? Hoe kan hij bewijzen dat hij de instructies zoals voorgeschreven heeft opgevolgd? Een goede metafoor voor wat Dieter meemaakt is een “rough ride” waarin de manager en directeur achter het stuur zitten en hij zonder gordel achter in  het busje. Met 1 achterdeur open; hij heeft immers geen enkele vorm van ontslagbescherming. Uit het busje springen is minstens even gevaarlijk als erin blijven zitten: in beide gevallen loop je schade op.

Dieters geval staat, ik zou zeggen uiteraard, niet op zichzelf. Duizenden mensen krijgen met onheuse bejegening van hun leidinggevende, altijd gepaard gaan met intimidate, te maken. Helaas zijn er eigenlijk, voor zover ik in elk geval weet, in de meeste bedrijven alleen huisregels en juridische platformen voor sexuele intimidatie. Er staat ook altijd -en terecht ook- dat dergelijke meldingen altijd onderzocht worden en dat hier krachtig tegen opgetreden wordt. Op het werk moet je je in mijn optiek niet alleen veilig voelen maar ook daadwerkelijk veilig zijn. Dat betekent voor mij dat befehl befehl kan zijn maar dat befehl ook gelijk blijft en dus niet dat het befehl in maart in mei naar smaak en willekeur en met terugwerkende kracht even aangepast wordt.

Opnieuw zijn er pas geleden in de VS mensen doodgeschoten omdat ze nu eenmaal zijn zoals ze zijn en omdat ze zoals dat heet op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren. Voor zulke slachtoffers worden en wakes gehouden en kaarsen gebrand. Ik brand zelf liever een kaars voor de levenden zoals Dieter die vanuit een kwetsbare, machteloze positie te maken krijgen met machtsmisbruik en kantoorterreur. Ook dat is iets wat verwerkt moet worden en sporen achterlaat. Vaak, en zoals in dit voorbeeld ook, bij de meest loyale, gemotiveerde en integere, kundige arbeidskrachten. Het moet stoppen. Het moet niet kunnen.

Het scheelt al een slok op een borrel als werknemers van tevoren (dus voordat ze worden beoordeeld) een rapport in bezit krijgen dat dan verder alleen mondeling toegelicht hoeft te worden. Het lijkt mij daarbij constructief om af te spreken in elk geval 3 concrete voorbeelden te noemen waar de beoordeling bij elk punt op gebaseerd is. Zo voorkom je dat die ene keer te laat op de zaak wordt gepresenteerd als structureel gedrag of dat die ene dt-fout in een rapport de werknemer in kwestie, die de fout verder niet gemaakt heeft, blijft achtervolgen.
Het lijkt mij helemaal ideaal als de gesprekken en de gemaakte afspraken voor de volgende periode worden opgenomen zodat er geen onduidelijkheid kan ontstaan wie wat wanneer gezegd heeft. Dit alles zou werken als een goede stok achter de deur voor leidinggevenden zoals die van Dieter. Want u bent het toch met mij eens dat elke vorm van pesten en intimidatie zoveel mogelijk voorkomen moet worden omdat het simpelweg niet moet kunnen?

 

 

De flat van Nathalie

De flat van Nathalie G. is weg. Weg en vervangen door een rijtjeshuis-bouwsel met dakpannen waar weldra om ruil voor een flink aantal tonnen een stuk of 8  twee-verdieners met hun eventuele nageslacht gaan wonen. Of een-verdieners. Dat kan natuurlijk ook.

Nathalie was……..een meisje. Ze droeg haar  donkerblonde, stijle haar altijd lang en soms in een staart. Een van de dingen die me altijd aan haar opviel waren haar bolle wangen die ervoor zorgden dat ze eruit zag alsof ze chronisch de bof had. Ik heb me ook bij tijd en wijle afgevraagd of Nathalie de bof had of een andere ziekte waardoor haar wangen opzwollen maar aangezien ze voor zover ik wist niet als ziekelijk bekend stond ebde deze vraag even zo vaak weer weg.
Nathalie was enig kind en had- voor zover wij wisten- geen vader. Niemand wist precies wie Nathalies vader was en vooral wáár. In elk geval niet bij Nathalie en haar moeder in de flat van Nathalie die er nu niet meer staat.
Nathalie was een soort van “cool” avant la lettre. Ik keek tegen Nathalie op omdat zij een grote bek had en het schoolpersoneel, inclusief hoofdmeester meester K., regelmatig en gemak van repliek diende. Nathalie won deze twisten natuurlijk niet maar scoorde wel.  Ik had enorme bewondering voor de wijze waarop Nathalie soms weigerde te doen wat haar opgedragen werd en de verlegenheid waar ze juffrouw M. eens in bracht deed me in de lach schieten. Waar het precies om ging weet ik niet meer maar ik weet nog wel dat de juf  een kort maar onbetaalbaar moment volkomen verbouwereerd en uit het veld geslagen de klas in tuurde als een hert in de het schijnsel van de koplampen.

Ik wou dat mijn bek zo groot was als die van Nathalie. Nathalie trok zich -als zij er geen zin in had- weinig aan van de regels die ons in de klas werden opgelegd. Nathalie zei ook iets terug als ze werd gestraft. Dat wilde ik ook.
Ook herinner ik me een winter, toen de vijver naast de school bevroren was en iedereen natuurlijk op woensdagmiddag het op een schaatsen zette  en Nathalie arm in arm met Nathalie B. (“andere” of ook wel lokaal bekend als “rode”roodharige Nathalie) die in mijn flat woonde, op de maat van hun schaatsbewegingen op zijn Surinaams telden: “Een. Toe-wee. Een. Toe-wee”.

Nooit, nimmer zal ik de dag vergeten dat Maya voor het eerst in de klas kwam. Het was, volgens mij, in de derde. Ondanks dat ik me de dag herinner, herinner ik me maar weinig van Maya. Het enige wat me nog bijstaat is het beeld van een vrij langwerpig Surinaams-Hindostaans meisje met een soort tante Sidonia-gezicht en halflang, zwart krullend haar. Zoals alle nieuwelingen moest ze haar plek in de klas nog verwerven maar ik sloeg, mogelijk omdat we die ochtend met rekenen begonnen (braak) verder geen acht meer op haar. Tot tijdens aardrijkskunde toen ik opkeek van het gejoel in de klas en zag hoe Nathalie en Maya een voor mij nog  onbekend maar klaarblijkelijk groot meningsverschil beslechtten: 4 armen die net molenwieken gericht maaiden tegen het gezicht van de ander. Het was werkelijk een schitterend tafereel. Het leek een uitgevoerde choreografie; alsof ze het gevecht en de bewegingen waarmee ze elkaar aanvielen 2 weken van tevoren hadden afgesproken en gerepeteerd maar bedacht me  tegelijkertijd dat da natuurlijk helemaal niet kon aangezien die meiden amper 2 uur van elkaars bestaan afwisten! Ik heb die dag voor eens en voor altijd geleerd dat meisjes (van nature!)  anders vechten dan jongens die elkaar meestal eerst duwen om de ander vervolgens in een soort van houtgreep te nemen. “Hey, zijn jullie nu helemaal?!!  Uitscheien!! Nu!!” schreeuwde juffrouw M. die deze geweldsuitbarsting evident ook niet had zien aankomen terwijl ze van vooraan de klas op de mattende meisjes afstevende.
Dat was jammer want het mooiste nog van dit alles was Nathalies gezichtsuitdrukking: een soort vage glimlach speelde op haar gezicht alsof ze genoot van de klappen die ze incasseerde en ook weer uitdeelde. Ze leek helemaal niet boos. Integendeel en in tegenstelling to Maya die gedurende de gehele krachtmeting haar ogen wijd opengesperd en haar lippen hard tegen elkaar geperst had gehouden.

Maar nu is de flat van Nathalie dus weg.
Hij werd, nadat alle bewoners succesvol door de woningbouwvereniging  waren “herplaatst”- in een uiteraard duurdere woning – dichtgetimmerd. Er heeft nog een aantal weken graffiti op gestaan van “gerenommeerde”artiesten sponsored by the gemeente.
En daarna kon ik, elke keer als ik langsfietste, zien hoe de bodem en het fundament van de flats van Nathalie G., Nathalie B.,  Michael M.,  Bilgin B., Raymond van O.  en alle andere enfants de la rue eruit zagen wat erg leek op mijn eigen fundament zoals ik me dat altijd allegorisch voorstel.

De flat tegenover de flat van Nathalie is- die naast de vijver waar we schaatsten en waar Esther woonde is,  zo zag ik pas- nu een hoop brokstukken waarvan het fundamenten straks ook zichtbaar zal worden en waar ook straks twee-verdieners of een-verdieners met hun eventuele nageslacht, want dat kan ook, in ruil  voor een flink aantal tonnen hun intrek zullen nemen.

Ruil

Omdat ik zo min mogelijk over iets mee wil praten zonder het zelf beleefd te hebben heb ik even getwijfeld of ik het zou doen maar aangezien iedere dag je laatste kan zijn doe ik het gewoon en spreek even mijn “wow” uit voor het programma Puberruil wat ik haast niet kijk maar gisteravond dus wel.
In de aflevering die gisteren werd uitgezonden ruilen de van origine Afghaanse Anu (17) en de blonde Groningse Sarah van gezin en woonplek. Het contrast kan eigenlijk niet duidelijker en groter: Sarah mag van haar ouders “alles” en Anu mag “niks”.
Sarah heeft een vaste club vrienden- waaronder jongens- en gaat regelmatig stappen terwijl Anu aangeeft “geen jongens-vrienden” te hebben en is feitelijk altijd thuis tenzij zij op school is of naar kickboksles. Van haar ouders mag zij niet op straat hangen en met jongens omgaan. Dit, zo blijkt in de uitzending, heeft alles te maken met het feit dat Anu een meisje is. Haar jongere broertje immers mag wél naar buiten om te hangen en alhoewel dat niet expliciet wordt vermeld op latere leeftijd (het joch is pas 14) wel uit zal mogen gaan in tegenstelling tot zijn oudere zus. Zowel haar ouders als broertje leggen uit dat het feit dat Anu minder mag dan hij heeft met de cultuur waar Anu uit komt. Haar broertje vertelt ook dat in “hun cultuur” vrouwen gezien worden als mensen die “een beetje onhandig” zijn. De moeder van Anu merkt ook op dat het “onze cultuur” is en dat zij en haar grootouders het ook zo hebben gedaan en dat haar dochter het op basis daarvan wat haar en haar man betreft ook zo gaat doen. Ergens een begrijpelijke insteek: dat soort opvattingen worden van generatie op generatie doorgegeven. Echter, in gesprekken met Anu zelf komt naar voren dat zij wel degelijk behoefte heeft aan meer vrijheid. Ze vind het bijvoorbeeld best gezellig in het café met de vrienden van Sarah. En ook merkt zij op dat zij, als zij een moeder had zoals die van Sarah, zij ALLES met haar moeder zou bespreken wat op zichzelf weer impliceert dat er sprake is van dingen die zij wel ervaart, wenst, beleeft maar niet met haar moeder kan of durft te bespreken. Dat feit zou op zichzelf weer kunnen betekenen dat, gezien het broertje en Sarah gezien “ouderlijk toegestane bewegingsruimte” veel dichter bij elkaar staan dan Sarah en Anu, het broertje theoretisch gezien meer met zijn ouders kan bespreken dan Anu. Is dat niet gemeen? En is dat niet male privilege ten top? En gendernormatief? Nu wil ik me nergens mee bemoeien, hoor. Ik zou, zeker gezien ik zelf geen kinderen heb, laat staan dochters, eigenlijk mijn mond moeten houden maar dat kan ik nu eenmaal moeilijk soms. En  mensen moeten natuurlijk zelf bepalen hoe ze hun kinderen opvoeden. Ook de ouders van Anu. Ik kan wel stellen dat ik me als ouder mislukt zou voelen als mijn kind zou zeggen dat het niet alles met mij kan bespreken.
Omdat ik eigenlijk mijn mond zou moeten houden zal ik voor mezelf spreken. Ik zie een meisje dat niet alleen ambitieus is en graag arts wil worden en weet dat ze daarvoor moet leren. Ik zie ook een jonge vrouw die dingen graag wíl leren die geen deel uitmaken van een gemiddeld schoolcurriculum maar door haar ouders die alleen naar hun eigen opvattingen bezig zijn en niet met de wereld waar ze voor hebben gekozen in te leven en daardoor geen oog hebben voor de werkelijke behoeften van hun dochter, wordt tegengehouden. En er is m.i. niks zo kwalijk als dat opvoeders het leerproces, ofschoon met goede bedoelingen, van hun kind afremmen. En al helemaal als ze dat bij een ander kind laten ontwikkelen of stimuleren.